Op 10 augustus werd ik geplaatst op de Abraham van der Hulst
waar ik de thuisreis heb meegemaakt.


Hangmat aan boord
Hut Commandant

Machinekamer en de werking van de Triple Expansiemachine

Met onderstaande
schepen zijn wij toen naar Nederland teruggevaren.
Hr.Ms.Pieter Florisz
Hr.Ms.Jan van Gelder
Hr.Ms.Abraham van der Hulst
Hr.Ms.Abraham Crijnssen
Wij lagen toen aan de steiger( Kruiserkade ) in Soerabaja voor vertrek naar Nederland.
En zo vertrok op 15 augustus 1951 deze laatste operationele eenheid van de
Koninklijke Marine
uit de Indonesische wateren naar Nederland.
Deze eenheid bestond uit de eerste divisie stalen Mijnenvegers,t.w.
Hr.Ms.Jan van Gelder met als commandant Ltz. 1 J.H.v.d.Weijer,
tevens divisiecommandant.
Hr.Ms.
Abraham van der Hulst met als commandant Ltz. 1 W.Langeraar;
Hr.Ms. Pieter Florisz met als commandant Ltz. 1 J.H.C.Vermeer;
Hr.Ms. Abraham Crijnssen
met als commandant Ltz. 1 A.W.Huidekoper
Technische gegevens:
grootste lengte 56 m; standaard-waterverplaatsing 525ton; max. snelheid 15
knopen;
bewapening: 1 kanon van 37mm, 1 mitrailleur van 40mm,3 mitrailleurs van 20mm;
bemanning 45 koppen.
Bemanning van de 4 schepen voor vertrek naar Nederland
(genomen op de Kruiserkade te Soerabaja)

De reis ging via Tandjong Priok (Batavia),Sambo,Colombo/Ceylon ,Bombay/India,
Djibouti Frans Somalië,Aden,Suez Egypte,Port-Said,Valetta/Malta,Gibraltar
en als laatste naar Den Helder.
Reisduur 72 dagen waarbij we 9.894 zeemijlen (18.322 km) hebben afgelegd met een
gemiddelde
snelheid van 6 knopen/uur(11 km)

Op 28 september 1951 passeerden we de Keerkring.

Wij waren nog in ( foto rechts) 8 oktober aankomst in de haven van Valetta/Malta.
tropentenue terwijl het smaldeel wat binnen lag in Europees
tenue liep.

Aankomst in Den Helder 27 Oktober 1951.
We kregen zowaar 3 dagen ontschepingsverlof
om daarna alles van boord te halen, want het schip werd uit dienst gesteld.
Ik werd daarna geplaatst op de Mijnendienstkazerne.